Crematie in Nederland in cijfers
In 2025 werd 67,87 procent gecremeerd: 117.643 van de 173.338 overledenen. Cijfers van de Landelijke Vereniging van Crematoria en het CBS, met bron per getal.
Laatst bijgewerkt: 17 oktober 2026. Deze pagina wordt jaarlijks herzien.
In 2025 werd 67,87 procent van alle overledenen in Nederland gecremeerd. Dat zijn 117.643 crematies op 173.338 sterfgevallen.
Deze pagina verzamelt de kerncijfers over crematie in Nederland op één plek, met per cijfer de bron en de peildatum erbij. Hij is bedoeld voor wie een getal nodig heeft en wil kunnen controleren waar het vandaan komt: journalisten, onderzoekers, uitvaartprofessionals.
Kort samengevat
- In 2025 werd 67,87 procent gecremeerd: 117.643 van de 173.338 overledenen.
- 2003 was het eerste jaar waarin meer dan de helft van de overledenen werd gecremeerd.
- In twintig jaar steeg het aandeel met zestien procentpunt, van 51,88 procent in 2005.
- 109 crematoria zijn aangesloten bij de Landelijke Vereniging van Crematoria (LVC), de brancheorganisatie; het landelijke totaal ligt iets hoger.
- Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) publiceert geen cijfers over de wijze van lijkbezorging; het crematieaandeel komt van de LVC.
Het crematieaandeel in 2025
67,87 procent, over heel 2025. De Landelijke Vereniging van Crematoria houdt dit bij en werkt het overzicht elk kwartaal bij; het aantal overledenen in dezelfde tabel neemt zij over van het CBS en markeert zij als voorlopig cijfer.
| Jaar | Overledenen | Crematies | Aandeel |
|---|---|---|---|
| 2026 (lopend) | 90.190 | 61.029 | 67,67% (deeljaar) |
| 2025 | 173.338 | 117.643 | 67,87% |
| 2024 | 171.945 | 116.670 | 67,85% |
| 2023 | 169.320 | 115.757 | 68,37% |
| 2022 | 169.937 | 114.438 | 67,34% |
| 2021 | 170.802 | 115.135 | 67,41% |
| 2020 | 168.537 | 111.881 | 66,38% |
| 2019 | 151.815 | 101.648 | 66,96% |
De regel voor 2026 is een stand van zaken, geen jaartotaal. De LVC actualiseert het overzicht elk kwartaal, maar noemt bij die regel geen peildatum.
Daarmee is niet vast te stellen of beide kolommen tot dezelfde dag geteld zijn. Valt de teldatum van de crematies later dan die van de sterftecijfers, dan valt het percentage te hoog uit. Gebruik voor een vergelijking tussen jaren dus 2025, de laatste volledige jaargang.
Tot welke datum die stand loopt, vermeldt de LVC niet; zij schrijft alleen dat het overzicht elk kwartaal wordt bijgewerkt. Het aantal van 90.190 overledenen is ongeveer 52 procent van een heel jaar, wat op een peildatum rond halverwege 2026 wijst. Dat is onze afleiding, geen opgave van de LVC. Neem dit cijfer dus niet over als stand per vandaag.
Wat zo'n crematie kost en hoe lang ze duurt, staat in wat kost een crematie en hoe lang duurt een crematie.
Opvallend is dat het percentage de laatste vijf jaar nauwelijks nog beweegt. Tussen 2021 en 2025 schommelt het tussen 67,3 en 68,4 procent. De sterke groei die daarvoor decennia aanhield, lijkt af te vlakken. Dat is onze lezing van de reeks, geen uitspraak van de LVC zelf.
Aandeel crematies van alle overledenen, 1970 tot nu
In 1970 werd 13,64 procent van de overledenen gecremeerd. In 2025 was dat 67,87 procent. In 2003 ging het aandeel voor het eerst over de helft heen, naar 50,60 procent.
Let op wat de noemer is. Dit cijfer is het aantal crematies gedeeld door alle geregistreerde sterfgevallen.
De rest is daarmee niet het begraafpercentage. Daar zitten ook ontleding ten behoeve van de wetenschap, repatriëring naar het buitenland en andere bestemmingen in.
Hoeveel mensen er precies worden begraven, vonden wij bij het CBS noch bij de LVC; uit deze reeks is het niet af te leiden. Hoe de twee vormen zich inhoudelijk tot elkaar verhouden, staat in begraven of cremeren.
De groei verliep niet gelijkmatig. Tussen 1970 en 1990 verdrievoudigde het aandeel, van 13,64 naar 44,36 procent; die factor is onze eigen afleiding. Daarna werd de stijging geleidelijker: twintig jaar later, in 2010, stond het op 56,94 procent.
| Jaar | Overledenen | Crematies | Aandeel |
|---|---|---|---|
| 1970 | 109.619 | 14.949 | 13,64% |
| 1980 | 114.279 | 39.947 | 34,96% |
| 1990 | 128.790 | 57.130 | 44,36% |
| 2000 | 140.527 | 68.700 | 48,89% |
| 2001 | 140.377 | 69.039 | 49,18% |
| 2002 | 142.355 | 70.951 | 49,84% |
| 2003 | 141.936 | 71.815 | 50,60% |
| 2005 | 136.402 | 70.766 | 51,88% |
| 2010 | 136.058 | 77.465 | 56,94% |
| 2020 | 168.537 | 111.881 | 66,38% |
| 2025 | 173.338 | 117.643 | 67,87% |
Over de laatste twintig jaar gemeten, van 2005 tot 2025, steeg het aandeel van 51,88 naar 67,87 procent. Dat is zestien procentpunt in twintig jaar.
De LVC plaatst die cijfers zelf in een langere lijn. De eerste crematie in Nederland vond plaats in april 1914, van arts dr. C.J. Vaillant, in Crematorium Westerveld in Velsen.
Over 1988 schrijft de LVC: 32 crematoria, samen goed voor ruim 51.000 crematies, en "zo'n veertig procent van alle overledenen". Dat laatste percentage is haar eigen opgave, niet onze berekening. Een sterftecijfer voor 1988 geeft de LVC er niet bij, dus het is niet na te rekenen.
De gelijkstelling van cremeren aan begraven dateert volgens de LVC uit 1968. Hoe de wet het nu formuleert, staat in artikel 1 van de Wet op de lijkbezorging: lijkbezorging geschiedt "door begraving, crematie of op andere bij of krachtens de wet voorziene wijze".
Crematoria aangesloten bij de LVC
109. Dat is het aantal vestigingen op de ledenlijst van de Landelijke Vereniging van Crematoria, geteld op 17 oktober 2026. Elke vestiging op die lijst heeft een eigen adres, dus dit is een telling van locaties en niet van bedrijven.
Voor Nederland als geheel is dit een ondergrens: alleen de leden zijn geteld.
Twee kanttekeningen. De LVC schrijft dat vrijwel alle crematoria in Nederland lid zijn, maar niet dat het er alle zijn; het werkelijke aantal ligt dus iets hoger.
En op haar eigen historiepagina noemt de LVC "meer dan 110 crematoria" voor het jaar 2023. Schrijf dus "ruim honderd", of "109 aangesloten bij de LVC" als het precies moet.
Hoeveel as er na afloop overblijft, staat in hoeveel as blijft er over na een crematie.
Ter vergelijking: in 1988 waren het er 32. Het aantal crematoria is sindsdien ruim verdrievoudigd en het aantal crematies ruim verdubbeld; beide factoren zijn onze eigen afleiding. Let op dat de twee tellingen niet gelijk zijn afgebakend: 32 is de LVC-telling van alle crematoria in 1988, 109 is het aantal vestigingen op haar huidige ledenlijst.
Crematoria per provincie
Een crematiepercentage per provincie vonden wij bij geen van beide bronnen. Het CBS houdt de wijze van lijkbezorging niet bij, en de LVC publiceert haar cijfers alleen landelijk. Wat wel kan, is de spreiding van de crematoria afzetten tegen het aantal overledenen per provincie.
| Provincie | Crematoria | Overledenen 2025 | Overledenen per crematorium |
|---|---|---|---|
| Utrecht | 6 | 11.645 | 1.941 |
| Zuid-Holland | 18 | 34.502 | 1.917 |
| Limburg | 8 | 13.698 | 1.712 |
| Gelderland | 13 | 21.737 | 1.672 |
| Noord-Holland | 16 | 26.444 | 1.653 |
| Flevoland | 2 | 3.095 | 1.548 |
| Noord-Brabant | 18 | 26.850 | 1.492 |
| Zeeland | 3 | 4.445 | 1.482 |
| Overijssel | 8 | 11.513 | 1.439 |
| Groningen | 5 | 6.326 | 1.265 |
| Drenthe | 5 | 6.107 | 1.221 |
| Fryslân | 7 | 7.132 | 1.019 |
| Nederland | 109 | 173.494 | 1.592 |
De kolom crematoria is afgeleid uit de ledenlijst van de LVC: elke vestiging is via de PDOK Locatieserver op postcode aan een provincie gekoppeld. De overledenen komen uit CBS-tabel 70072ned.
Het totaal van 173.494 is de CBS-som. Dat wijkt 156 af van de 173.338 die de LVC noemt; waarom, staat onder hoe deze cijfers tot stand komen.
Deze tabel zegt iets over spreiding en drukte, niet over de keuze tussen cremeren en begraven. In Utrecht komen bijna twee keer zoveel overledenen op één crematorium als in Fryslân. Dat kan betekenen dat de Utrechtse crematoria voller zitten, of dat ze groter zijn en meer ovens hebben; dat onderscheid maakt deze berekening niet.
Hoe we hieraan komen: elke vestiging uit de ledenlijst van de LVC is via de locatieserver van PDOK, de geo-dienst van de rijksoverheid, aan een provincie gekoppeld op basis van de postcode. De sterftecijfers komen uit CBS-tabel 70072ned.
Hoe deze cijfers tot stand komen
Wij vonden geen overheidsinstantie die het crematiepercentage publiceert. Het komt van de brancheorganisatie van de crematoria, met een CBS-sterftecijfer als noemer, en de provinciecijfers op deze pagina zijn eigen rekenwerk. Dat onderscheid bepaalt hoe je elk cijfer hieronder moet opschrijven.
Het crematiepercentage komt van de LVC, niet van het CBS. Dat is een veelgemaakte misvatting. Het CBS publiceert het aantal overledenen, ook naar leeftijd, geslacht en regio, maar registreert niet wat er daarna met iemand gebeurt. Wie "CBS crematiecijfers" zoekt, vindt ze daarom niet. De LVC telt de crematies bij haar eigen leden en zet die af tegen het CBS-sterftecijfer.
Twee sterftecijfers lopen licht uiteen. De LVC noemt voor 2025 173.338 overledenen. Tel je de twaalf provincies in CBS-tabel 70072ned bij elkaar op, dan kom je op 173.494. Wij lezen dat verschil van 156 zo: de LVC gebruikt voorlopige cijfers en het CBS stelt zijn reeksen later bij. Dat is onze uitleg, geen uitspraak van een van beide bronnen.
Voor het crematiepercentage maakt het vrijwel niets uit. Met het CBS-getal als noemer komt 2025 uit op 67,81 in plaats van 67,87 procent; die 67,81 is onze eigen herberekening.
Het percentage is een ondergrens. De LVC telt de crematies bij haar eigen leden. Omdat niet elk Nederlands crematorium lid is, kunnen er crematies buiten de telling vallen. Hoe groot dat verschil is, maakt de LVC niet bekend; zij presenteert het percentage zelf als landelijk cijfer.
De cijfers worden herzien. De LVC actualiseert haar overzicht elk kwartaal, en het CBS stelt voorlopige sterftecijfers later bij. Een percentage dat je vandaag overneemt, kan over een jaar een tiende verschoven zijn. Noem daarom altijd het jaar waar het cijfer over gaat en de datum waarop je het ophaalde.
Wat hier eigen rekenwerk is. De landelijke cijfers en de jaarreeks komen rechtstreeks van de LVC.
De belangrijkste eigen bewerkingen zijn: de verdeling van de crematoria over de provincies, het aantal overledenen per crematorium, de vergelijking over twintig jaar, de herberekening naar 67,81 procent, en de groeifactoren sinds 1988. Elke afgeleide waarde in de lopende tekst is ook ter plekke als eigen afleiding benoemd.
Veelgestelde vragen
Hoeveel procent van de overledenen in Nederland wordt gecremeerd?
In 2025 werd 67,87 procent van alle overledenen gecremeerd, 117.643 van de 173.338. Dat aandeel schommelt sinds 2021 tussen 67,3 en 68,4 procent.
Wanneer werd meer dan de helft van de overledenen gecremeerd?
Voor het eerst in 2003: 50,60 procent, goed voor 71.815 crematies op 141.936 sterfgevallen. Dat is niet hetzelfde als het moment waarop cremeren begraven inhaalde. De reeks zet crematies af tegen alle sterfgevallen, en de restgroep bestaat niet alleen uit begrafenissen.
Hoeveel crematoria zijn er in Nederland?
Minstens 109. Dat is het aantal vestigingen op de ledenlijst van de Landelijke Vereniging van Crematoria, geteld in oktober 2026. De vereniging schrijft dat vrijwel alle Nederlandse crematoria lid zijn, dus het totaal voor Nederland ligt iets hoger; zij noemt zelf "meer dan 110 crematoria" voor 2023.
Publiceert het CBS cijfers over cremeren of begraven?
Nee. Het CBS registreert sterfte, niet de wijze van lijkbezorging. Het crematiepercentage komt van de Landelijke Vereniging van Crematoria, die haar eigen crematietellingen afzet tegen het CBS-sterftecijfer.
In welke provincie wordt het meest gecremeerd?
Dat is niet bekend: het crematiepercentage per provincie vonden wij bij het CBS noch bij de LVC. Wel bekend is de spreiding van de crematoria. Zuid-Holland en Noord-Brabant tellen er met 18 de meeste, Flevoland met 2 de minste. Gedeeld door het aantal overledenen komt Utrecht op 1.941 overledenen per crematorium en Fryslân op 1.019.
Hoe vaak worden deze cijfers bijgewerkt?
De LVC actualiseert haar overzicht elk kwartaal. Deze cijferpagina van Stilte & Vorm wordt eens per jaar herzien, zodra de volledige jaargang beschikbaar is; de laatste herziening was 17 oktober 2026.
Bronnen
- Landelijke Vereniging van Crematoria, overzicht aantal crematies en crematiepercentage 1970 tot heden, geraadpleegd 17-10-2026. Het aantal overledenen in dat overzicht is afkomstig van het CBS en door de LVC gemarkeerd als voorlopig cijfer. De LVC is de brancheorganisatie van de crematoria en heeft dus een eigen belang bij dit onderwerp; zij is wel de enige partij die deze cijfers bijhoudt.
- Landelijke Vereniging van Crematoria, ledenlijst geraadpleegd 17-10-2026, bron voor het aantal crematoria en hun vestigingsplaatsen, en historie, geraadpleegd 17-10-2026, bron voor 1914, de gelijkstelling in 1968, de cijfers over 1988 inclusief het percentage van "zo'n veertig procent", en de vermelding "meer dan 110 crematoria" voor 2023. De jaarreeks zelf staat niet op die historiepagina maar in het aantallenoverzicht hierboven.
- CBS, tabel 70072ned, Regionale kerncijfers Nederland, overledenen per provincie 2025, geraadpleegd 17-10-2026.
- PDOK Locatieserver van de rijksoverheid, over deze dienst, gebruikt om postcodes aan provincies te koppelen, geraadpleegd 17-10-2026.
Wij verkopen urnen, en een pagina over de groei van crematie raakt ons eigen aanbod. De cijfers hierboven komen daarom zonder uitzondering van derden, met de bron erbij.
Overnemen mag, graag met bronvermelding naar deze pagina en naar de oorspronkelijke bron. Klopt er iets niet, of mis je een cijfer? Laat het weten via contact; we passen het aan.
Over de auteur
Dilara Kaya richtte Stilte & Vorm op. Ze komt uit een steenhouwersfamilie waarvan het bedrijf al ruim dertig jaar grafstenen en gedenkmonumenten maakt, en werkte zelf meer dan tien jaar als adviseur gedenkmonumenten, waarin ze families begeleidde bij hun keuze.
Meer over haar werkwijze lees je op over ons.